zaterdag 22 november 2008

les 9 - plasticiteit

Vandaag de 1e les van 7 lessen Ruimtelijk werken, gegeven door Henny vd Meer.
De eerste 3 lessen gaan we 3 onderwerpen behandelen, nl. 'de plastische ruimte', 'de geconstrueerde ruimte', en 'de imaginaire ruimte'. De 4 zaterdagen daarna gaan we zelf werken.

Heny zal de onderwerpen behandelen aan de hand van diaseries, die de periode beslaan vanaf de 2e helft 19e eeuw t/m eind 20e eeuw. In die periode zijn de ontwikkelingen in de kunst razendsnel gegaan. Dat kwam met name door de industriele revolutie. Daardoor was er meer geld in de maatschappij en waren kunstenaars niet meer helemaal afhankelijk van de gevestigde orde. Langzaam kwam er ruimte voor meer vrijheid in de kunst. Daarnaast kwamen er door diezelfde industriele revolutie meer technieken en materialen beschikbaar. Denk aan de opkomst van de fotografie, het gebruik van plastic en machinaal vervaardigde voorwerpen.

De plastische ruimte, het onderwerp van vandaag, beeldt de wereld om ons heen uit. Dat kan meer of minder letterlijk, meer of minder abstract.

Startpunt voor de diaserie was Rodin. Tot Rodin had de beeldhouwkunst altijd heel figuratief gewerkt, en zo veel mogelijk naar de werkelijkheid. Beelden stonden op een sokkel, waren geen onderdeel van de ruimte waar ze in stonden, maar werden door de sokkel geisoleerd.

Rodin was de eerste die op een andere manier met plasticiteit ging werken. Minder precies, impressionistisch, etc. Dat was toen een revolutie! Naast Rodin hebben we beelden van Degas, Brancusi, Lipchitz, Hepworth en Moore behandeld. De beelden worden in de tijd steeds minder figuratief, maar blijven gebaseerd op de werkelijkheid om ons heen. De traditionele sokkel verdwijnt en het beeld wordt meer een onderdeel van de ruimte en gaat een relatie aan met die ruimte.

Na de dia's zijn we zelf aan de slag gegaan met plasticiteit, vormgegeven in klei. Ik heb 4 beeldjes gemaakt (in de volgorde zoals hier getoond). Allemaal referereren ze aan menselijke figuren.

Het eerste beeldje ziet er redelijk stevig uit met een soort klompvoet. Toch was het tijdens het werken niet zo stabiel, het zakte steeds in elkaar.

Het 2e beeldje is tenger, kwetsbaar, en heeft de sokkel nodig om te blijven staan, en het stokje tijdens het drogen.

Het 3e beeldje is een combinatie van materialen en een contrast in dik/dun.
Belangrijk waren de rare verhoudingen en dat de ene voet net van de grond los komt.

Het 4e beeldje is veel massiever. Ik begon bij dat beeldje helemaal niet met een mensbeeld in mijn hoofd, maar dat is het toch geworden. Het enige uitgangspunt was dat ik iets stevigers wou maken, iets wat meer bij het materiaal klei past.

Geen opmerkingen: